Archief voor de ‘algemeen’ Category

Vele handen maken licht werk.

Na een stevige duurzaam test van Koos was de motor  gesepareerd van het toestel. Prop hangen.

Na  lang  zoeken was toch het hele toestel weer bij elkander gevonden. Op de bouwavond is de algemene restauratie gestart.20160609_183238773_iOS

Het gevaar van blikseminslag

Met de wegtrekkende onweersbuien worden we via de media er weer eens aan herinnerd dat dit natuurfenomeen geen sinecure is. Buitensporten hebben een verhoogd risico, zoals de ongelukken in Frankrijk en Duitsland hebben laten zien.

Hoewel blikseminslagen soms schijnbaar willekeurig plaats vinden, is er toch een voorkeur voor hogere of boven het landschap uitstekende elementen – bomen, vee en personen – elektrisch goed geleidende voorwerpen en geaarde metalen constructies als masten, hekken en antennes. Zaken die op een modelvliegveld voorkomen. Omdat modelvliegterreinen meestal in een open gebied liggen betekent onweer een sterk verhoogd risico voor de personen die zich daar tijdens een onweersbui bevinden.

Natuurlijk ga je niet vliegen als de kans op onweer heel groot is; dat is vragen om problemen. Niet alleen is er het gevaar om door de bliksem getroffen te worden, maar door de elektrische ontlading kan de verbinding met het vliegtuig gestoord worden. Is er een inslag in de directe omgeving, dan kan elektronische apparatuur zelfs beschadigd raken; maar in dat geval heb je natuurlijk ook veel te lang gewacht met inpakken en vertrekken. Afgezien van het feit dat je een nat pak kunt oplopen en het vliegen met een opstekende wind helemaal niet leuk is, maar dat zijn dan nog de minste problemen.

Controleer dan ook altijd of de weersverwachting het toelaat om te gaan vliegen en wat voor weer er de rest van de dag te verwachten is. Ben je op het veld en verandert het weer onverwacht, gebruik dan een smartphone om op de buienradar te kijken of er buien in je omgeving zijn. Maar leer ook de onweerswolken te herkennen, daar is voldoende info over op het internet (zie verder) of google op “cumulonimbus”.

Maar wat te doen als je dan op het veld onverwacht dan toch door een onweersbui overvallen wordt? Dan kies je voor jezelf en niet voor je modellen. Je eigen veiligheid is nummer 1, de rest kan vervangen worden. Ben je met een gesloten (metalen) auto gekomen of heeft iemand anders daar nog plaats in, dan ga je daar in zitten om de bui af te wachten. Is dat niet mogelijk, dan ga je in het open veld op je hurken zitten, met je voeten zo dicht mogelijk bij elkaar en met je armen om je knieën geslagen. De grondstromen, die bij een nabije inslag altijd optreden, kunnen zo niet door het lichaam gaan.

Onderschat grondstromen niet, net zo min als het gevaar van overslag. Een elektrische stroom zal altijd de makkelijkste weg (lees: minste weerstand) kiezen. Jouw lichaam heeft minder weerstand dan een boom, dus kun je raden wat er gebeurt als jij er naast staat te schuilen en de bliksem slaat er in. Je lichaam heeft ook minder weerstand dan de grond. Dus als de stroom na een inslag door de grond loopt en jij bent daar plat gaan liggen, dan is voor de stroom de keus niet moeilijk en ben jij de pineut.

 Kort samengevat, bij onweer in het open veld doe je het volgende:

Denk nooit die gaat mij wel voorbij. Onweersbuien hebben een eigen windveld en soms groeien ze tegen de wind in.

  • Inpakken dus en wegwezen zolang dat nog mogelijk is.
  • Is dat niet meer mogelijk dan is de beste plek om te schuilen IN een auto met een metalen dak.
  • Als dat niet kan, ga dan diep gehurkt zitten met je voeten zo dicht mogelijk bij elkaar. Zorg er voor dat je minstens een paar meter afstand hebt tot bomen, hekken, lantaarnpalen of andere objecten. Ook ten opzichte van metalen voorwerpen als fiets, zenderkoffers, startkisten e.d. Dat geeft een kwetsbaar gevoel, maar is het veiligst.

Wordt er iemand door de bliksem getroffen, doe dan het volgende:

Bel direct met 1-1-2 : Geef zo exact mogelijk je locatie door en wat er aan de hand is.

Controleer de ademhaling: Spreek de getroffen persoon aan en kijk of hij of zij een regelmatige en goede ademhaling heeft. Zo niet, begin direct met reanimeren.

Controleer de hartslag: Kijk of de getroffen persoon een goede en regelmatige hartslag heeft. Zo niet, begin direct met reanimeren.

Bij goede ademhaling en hartslag: Probeer de persoon bij bewustzijn te brengen of te houden. Controleer vervolgens op uitwendig letsel. Let hierbij op brandwonden. Zijn deze aanwezig, probeer ze dan te koelen met water. Houdt daarnaast rekening met schade aan het zenuwstelsel, botbreuken en verlies van gehoor en zicht.

Een informatieve website hierover is: //www.meteo.be/meteo/view/nl/68771-FAQ%27s+over+het+weer.html?view=7719022

Of deze: //www.buienradar.nl/blog/109591

Check die foto van de inslag in het gazon! Daar had je niet willen staan of liggen!

Maak er een veilig vliegseizoen van…..

Richard Branderhorst

Voorzitter KNVvL Commissie Instructie en Veiligheid (CIV), afd modelvliegsport

CIV@modelvliegsport.nl

 

Teveel wind!

Helaas was de harde wind de spelbreker.  De aanwezige deelnemers hebben gekozen voor het heel houden van hun elektrozwever. Nog deze zomer prikken we een nieuwe datum.

Elektroduur vliegen 21 mei

Op 21 mei is er ons jaarlijkse wedstrijd ”elektroduur vliegen”.
De hoofdprijs is  de eeuwige roem, de winnaar te worden en te blijven.

De wedstrijd wordt gecoördineerd door Gerhard en Tom.
Uiteraard moet het weer meewerken, maar we beginnen om 13:00 uur met de briefing.

Omdat niet iedereen een zwever in zijn bezit heeft, stelt de vereniging uit nalatenschap van Wim van der Wal een elektro zwever beschikbaar. Ook beginners kunnen hier gebruik van maken, er wordt dan met een gekoppelde zender gevlogen. Dus onder begeleiding.

Bij minder dan 7 deelnemers gaat het evenement niet door.

Vrijdag 20 mei om 17:00 uur sluit de inschrijving.

Je kunt je inschrijven door een e-mail te sturen naar tom.demaret@kpnmail.nl

De wedstrijd is alleen voor leden van MVJV.

De spelregels. 
De taak wordt gevlogen met elektro zwevers,
heeft een werktijd van 15 minuten waarin 2 lage doorkomsten over de startplaats worden gevlogen en vervolgens 1 minuut motorlooptijd om op hoogte te komen voor 4 minuten zweeftijd en op 15 minuten een doellanding op een gemarkeerd doel in het wedstrijdveld.
De taak ziet er als volgt uit:

Werktijd:        15 minuten (900 seconden=900 punten).

De taak kent de volgende elementen:
start met de eerste minuut motorlooptijd; het is aan de vlieger om te bepalen of hij meteen op het signaal start al wil starten; als hij voldoende klimvermogen heeft kan dat ook na 30 seconden zijn. Op het signaal motor uit dient deze uitgezet te worden.

Aansluitend 4 minuten (240 sec) zweven gevolgd door een lage doorkomst, dit is beneden de 10 meter hoogte over de startplaats. Hierna kan de motor weer aangezet worden om hoogte te winnen voor de volgende zweef periode. Het aanzetten van de motor mag pas plaats vinden vanaf minuut 5 of 10 (300 sec resp. 600 sec). Het eerder aanzetten van de motor, tijdens de zweeftijd, levert 100 strafpunten op per keer.

Op exact 15 minuten dient de doellanding te zijn gemaakt. Elke seconde vliegtuig langer is 1 strafpunt.

Eis aan een geldige doellanding: het toestel dient heel aan de grond te zijn gebracht en mag geen onderdelen hebben verloren.
Om het maximale aantal punten voor de vliegtijd te behalen. Het doel bestaat uit een ronde schijf (bijv. een frisbee).
De afstand van de neus van het toestel tot het doel wordt gemeten en is bepalend voor het aantal punten voor de doellanding, het maximaal aantal punten is 100.

Waardering van de doellanding:

afstand tot doel (m) Punten
0 100
1 95
2 90
3 85
4 80
5 75
6 70
7 65
8 60
9 55
10 50
11 45
12 40
13 35
14 30
15 25
16 20
17 15
18 10
19 5
20 0

Totaal te behalen score: 900 sec +100 = 1000 punten per gevlogen taak.

Per deelnemer dient ook een tijdopnemer te zijn, hij kan de deelnemer informeren over de nog beschikbare tijd, checkt of de motor tijdig is afgeschakeld en of deze niet tussentijds wordt gestart tijdens het zweven en de lage doorkomst over de startplaats. Verder vult hij het deelnemers formulier in en maakt aantekening van de vlucht en het opmeten van de doellanding.
Het aantal keer dat de taak wordt gevlogen kunnen wij in overleg bepalen, o.a. afhankelijk van het aantal deelnemers.